Vormonderzoek

De rode lijn in mijn vrije werk is vormonderzoek. Beginpunt is vaak een wit vel papier, waarop ik teken, waarin ik snij, waarmee ik vouw en wat ik met plakband weer aan elkaar plak. Ik zoek vormen die me verrassen, zowel twee als drie dimensionaal. Deze vormen maak ik daarna met andere materialen. Soms wordt het een meubel of een lamp.

Puzzelstukken

Een rechthoekig vel papier wordt in stukken gesneden, waarna de rechte zijdes weer aan elkaar worden geplakt. Dit snijden en plakken kun je een aantal keren herhalen. De vormen die zo ontstaan, passen als puzzelstukken in elkaar.

Ronde vouwlijnen

De Hardbord Meubel Collectie komt voort uit een vormstudie naar het buigen over ronde vouwlijnen. Dit leverde een aantal vormen op, met bolle en holle vlakken. Het is ook mogelijk twee bolle of twee holle vlakken aan elkaar te maken. Alle meubels zijn hier variaties op. Het buigen geeft de meubels stevigheid. De afwisseling van holle en bolle vlakken zorgt voor speelsheid en ruimtelijkheid.

Stoelen

Wanneer je stoelen van de zijkant bekijkt, kun je ze vereenvoudigen tot een grafisch teken.

Kasten / kisten

Een grote kast kan een stapeling zijn van kisten of hij kan verdeeld zijn in kleinere vakken. In beide gevallen kan een horizontale verdeling of een verticale verdeling overheersen. Bij de molenwiek verdeling zijn beide in evenwicht. Alle kasten hieronder bestaan uit dezelfde vakken.

Schuin

Het schuin plaatsen van een vorm maakt hem los van de rechthoekige ruimte. Het brengt een vorm in beweging, geeft hem richting. Onderstaande vorm vind ik interessant omdat hij twee rechte hoeken heeft. Deze vierhoek heeft geen naam, het is geen parallellogram, trapezium, ruit of vlieger.

Vouwen

Papier vouwen is een goede manier om het verband tussen twee dimensionale en drie dimensionale vormen te onderzoeken. 

Lichtkussen, gemaakt van tyvek.

Stuklicht, gemaakt van polypropyleen. Deze vorm is opgebouwd uit modules. Met de modules kunnen andere, grotere of kleinere vormen gemaakt worden.

Ruimtekussen, gemaakt van bamboestokken,PVC slang. en steigergaas. Dezelfde vorm, uitvergroot voor Folly Art Norg 2025.

Chaotische patronen

Zeven driehoeken

Wanneer zeven gelijkzijdige driehoeken in een punt samenkomen, ontstaan warrige vormen. Het oppervlak is groter dan een plat vlak en raakt in de knel.

Ook bij onderstaande vorm komen zeven gelijkzijdige driehoeken in een punt samen. Het is een vorm die verder kan groeien volgens een algoritme.

Onderstaande vorm bestaat uit 20 tetraëders (viervlak opgebouwd uit 4 gelijkzijdige driehoeken of piramide met driehoekig grondvlak). Deze vormen net geen icosaëder (twintigvlak opgebouwd uit 20 gelijkzijdige driehoeken).

Zes halve octaëders ( half achtvlak opgebouwd uit 4 gelijkzijdige driehoeken en één vierkant of piramide met vierkant grondvlak). Deze vormen een uiteenvallende kubus.

Veelvlakken kunnen gemaakt worden met driehoeken, vierkanten, rechthoeken, vijfhoeken, zeshoeken … en ga zo maar door. Nieuw vormen kun je maken, door een vlak te vervangen door een strook vierkanten of rechthoeken. Een driehoekig vlak geeft dan drie vierkanten of rechthoeken, een vierhoekig vlak geeft er vier, een vijfhoekig vlak geeft er vijf, enz.

Wanneer je dit doet, komen er bij iedere ribbe van je veelvlak twee rechthoeken samen. Wanneer je deze verbindt met een derde rechthoek, krijg je een vorm waarbij iedere ribbe van je oorspronkelijke veelvlak is opgebouwd uit een driehoekige koker. Deze kokers kun je langer of korter maken, zolang de hoeken maar gelijk blijven.

Op de hoeken van je oorspronkelijke veelvlak ontstaat een driehoek, vierkant of vijfhoek. Dit is afhankelijk van hoeveel vlakken er in een hoekpunt samen komen. Deze nieuwe driehoeken of vierkanten vormen samen het duale veelvlak. Dit is het veelvlak dat ontstaat wanneer hoekpunten en vlakken worden verwisseld. Zo is het duale veelvlak van de tetraëder (viervlak, vier driehoeken), weer een tetraëder. Het duale veelvlak van de kubus is een octaëder (achtvlak, acht driehoeken). Het duale veelvlak van de dodecaëder (twaalfvlak, twaalf vijfhoeken) is de icosaëder (twintig vlak, twintig driehoeken).

Voor onderstaande vorm ben ik uitgegaan van de rombische dodecaëder. Dit is een twaalfvlak, bestaande uit twaalf ruiten. In het ene hoekpunt komen drie ruiten samen, in het andere hoekpunt komen vier ruiten samen. Zo zijn er acht hoekpunten met drie ruiten en zes hoekpunten met vier ruiten. Het bijzondere van deze vorm is, dat de hoek tussen de vlakken 120 graden is. De driehoekige kokers hebben hoeken van 60 graden. Bovendien is de deze vorm ruimtevullend.

Onderstaande vorm bestaat enkel uit vierkanten. Drie vierkanten vormen een koker. Aan de ene kant komen drie kokers bij elkaar, aan de andere kant vier kokers. Deze vorm kun je ruimtevullend uitbreiden met dezelfde kokers. Op de hoekpunten ontstaan tetaëders en octaëders.

Deze vorm is ook gebaseerd op de rombische dodecaëder.

Deze vorm is gemaakt volgens hetzelfde principe. Grondvorm is het pyritohedron, een van de kristalvormen van pyriet, een onregelmatige dodecaëder.